Hoofdtekst
No iet: do was een menneke gekome. Dieje vader had gezee tege zijne zoon "geeft da menneke ne cent en ne boterham". Ma dieje joeng had dieje cent zelf gehoude en gene boterham gegeve. Toen hee ’t do een jaar lang gehekst, en alle katte stierve do, da was mee da menneke en de os was op de veurstal geraakt. Ne tijd naderhand kwam dieje mins terug en de vader goof hem ne halve frank: ’t leste da hij in huis ha. En sindsdien is er niks nemeer gebeurd, zuiver niks he.
Beschrijving
Een jongen moest van zijn vader aan een arme man een boterham en een geldstuk geven. De jongen hield het geld echter voor zichzelf. Sinds die dag gebeurden er op de boerderij vreemde dingen. Zo stierven bijvoorbeeld alle katten. Toen de arme man een jaar later opnieuw langskwam, kreeg hij van de vader een halve frank. Daarna werd alles weer normaal op de boerderij.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (grensgebied kempen-hageland)
412
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Lommel   
