Hoofdtekst
In Tongel in ’t klooster was vruger ne jager. Dieje gink alle dage jage en dan zag hem nen haas lope en dan schoot hem erop, mo hij ha hem nooit. "Ik zal es iet geve, zee toen ne pater, iets dat ge op uw geweer moet bijdoen als ge schiet. Ma ge moet zien dat gij op zijn achterste schiet". Hij shcoot er toen is op en hij had hem van achter, maar dieje haas gink nog lopen.Later zag hij een oud moederke heur gat afwasse en toen zeet hem "Ha moederken nij hem ik u gehad".
Onderwerp
SINSAG 0623 - Der geweihte Schuss   
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Een jager had bij het klooster van Tongerlo al vaak een haas gezien, maar hij was er nog nooit in geslaagd het dier neer te schieten. Op een dag sprak een pater tot de jager: "Ik zal je eens iets geven om op je geweer te leggen. Maar je moet er wel voor zorgen dat je de haas in zijn achterwerk schiet". Deze keer kon de jager de haas treffen, maar het dier liep weg. Enkele dagen later zag de jager een vrouwtje die een wonde had aan haar achterwerk.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (grensgebied kempen-hageland)
446
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Eindhout   
Plaats van Handelen
Tongerlo   
