Hoofdtekst
Op een plaats in Beek hier waren drie jongens, 'ne Nonk van mij kaartte daar altijd. De jongste daarvan gong altijd jagen, maar een pederm had hij niet. Die legde dan altijd poten, dan kwamen de hazen daar op af. Op 'ne keer waren ze weer aan 't kaarten, en hij weg met zijn geweer. Ineens komt hij kwaad binnen. 'Ik zal de heksen leren', zei hij. Hij had achter 'nen haas gezeten, en hij kos hem maar niet raken, het geweer ketste altijd. 'Ik kos de duivelskinderen maar niet krijgen', zei hij, 'maar nu zal ik ze hebben .' En toen gong hij de kast in, en hij zette er wat van een gewijde kaars op. Maar toen kon hij ze nog niet raken, want ze hielden zich ver.
Onderwerp
SINSAG 0592 - Hexentier kann nicht getroffen werden
  
Beschrijving
Een jongen uit Beek ging vaak op hazenjacht. Op een dag kwam de jongen kwaad binnen in een café waar zijn vrienden zaten te kaarten. "Ik zal de heksen leren. Ik kon de duivelskinderen maar niet vangen, maar nu zal ik ze eens te slim af zijn!", zei de jongen. Hij had achter een haas gelopen, maar hij had het dier niet kunnen treffen, want zijn geweer werkte niet. Daarop nam de jongen een stukje van een gewijde kaars dat hij aan zijn geweer bevestigde. Hij slaagde er echter nog niet in om de haas neer te schieten.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (bree en omstreken)
Oom van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beek   
Plaats van Handelen
Beek   
