Hoofdtekst
Beschrijving
Een man vertrok samen met zijn jongste dochter op bedevaart naar Oostakker. De twee waren nog niet lang op weg of ze hoorden een duivels lawaai. Het leek wel alsof er een storm was opgestoken. Een hele troep schapen zweefde boven de grond. Ieder moment kwamen er nieuwe schapen bij. Toen de man met zijn stok tegen een boom sloeg, waren alle schapen verdwenen.
Bron
J. Wauters, Leuven, 1962
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
antwerps (klein-brabant)
156
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oppuurs   
Plaats van Handelen
Oostakker   
