Hoofdtekst
Da was in Ruddervoorde en ’t zat daar een doodkeerse. En ’t passeert daar n’een boever en z’n baas voor vette (mest) uit te voeren en dien boever ziet die doodkeerse en je pakt z’n zwepe en je slaat d’r naar. En die doodkeerse zei amenekeer: "Ge gaat ’t wel weten, baaske. Had je mij nog twee dagen laten zitten, mijne tijd was uit." En meziere (inderdaad), twee dagen later, dien boever was ziek en j’is d’r nie meer deuregekomen.
Onderwerp
SINSAG 0182 - Wiedergänger als Irrlicht   
Beschrijving
In Ruddervoorde gingen een boer en zijn knecht het veld bemesten. Onderweg sloeg de knecht met zijn zweep naar een doodkeers. Daarop sprak de doodkeers: "Jij zal het wel weten. Als je mij nog twee dagen had laten zitten, dan was mijn tijd om geweest!" Twee dagen later werd de knecht ziek en hij stierf kort daarop.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (o van houtland)
59
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Egem   
Plaats van Handelen
Ruddervoorde   
