Hoofdtekst
1: Weet je waar er ook zoveel geld is geweest? Karel Beddeleem, heb je nog horen spreken van die? Ik ga zeggen waar hij woonde, hoor, maar dat is neergehaald. Weet je waar de goer – als je nu gaat naar Abele – Beddeleem is het zeker, nee, het is Beddeleem niet, Beselaere geloof ik, er is daar een hofstee op de hoogte (langs de Abeelse weg), Blanche, wel, een vijftig meter erover, Karel Beddeleem woonde daar. Die was zijn lip afgebeten door zijn hond. Die was een lip kwijt, die was afgebeten. Die kon al…, die maakte medicijnen; allez, als je ergens pijn had, gelijk wat je had, hij wist een remedie ervoor, van medicijnen.A: En planten.1: En planten, ja. Hij had drie honden en een kar. En, hoe was zijn vrouw haar naam, verdommeling…, ze was dood ’s ochtends en hij kwam van Abele met zijn hond en zijn kar met haar erop en hij bracht haar naar het gasthuis.Y: Hij bracht haar naar het gasthuis met de kar…1: Een oude deserteur van de oorlog. Er zijn hier rare geweest hoor, overtijd, op de hoek, godverdomme.
Beschrijving
In Poperinge woonde een man die zijn lip was kwijtgeraakt door een beet van zijn hond. Die man kon medicijnen maken waarmee hij alle ziektes kon genezen. Hij had drie honden en een kar. Hij was een deserteur. Toen de vrouw van de man op een ochtend was overleden, bracht de man zijn dode vrouw met de hondenkar naar het ziekenhuis.
Bron
M. Sohier, Leuven, 1982
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (poperinge)
1L
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Poperinge   
Plaats van Handelen
Poperinge   
