Hoofdtekst
Op Gedooi in Moosherk, daar waren ze eens een eik aan 't kappen en daar waren ze toch een volle dag aan 't kappen en ze kregen die eik niet om. En op 't laatste schreeuwde die eik iedere keer: Aai! Aai! En toen die eik omgekapt was, zei hij: 'Wat ben ik blij, nu dat ik lig op mijn ander zij.'
Beschrijving
Op Gedooi in Moosherk probeerden enkele mannen een eik om te hakken. Toen de mannen al een hele dag hadden gewerkt, schreeuwde de eik plots: "Ai, ai!" Wanneer de eik eindelijk was omgehakt, sprak hij: "Wat ben ik blij, nu dat ik lig op mijn andere zij!"
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
midden-limburgs
d
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Diepenbeek   
Plaats van Handelen
Gedooi (Diepenbeek)   
Moosherk (Diepenbeek)   
