Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DTRUY0058_0059_9196 - Spoken brengen 's nachts onheil aan

Een sage (mondeling), 1946

Hoofdtekst

Mijn vader-zaliger en Koob Housen waren goei vrienden. Toen ze ’s avonds ’n keer "uchteren" geweest waren in het dorp - wij boerden toen in ‘t "Roeren" - en naar huis toe kwamen, moesten ze zoo langs een eikenhaag op den weg naar het Roeren. Plots begonnen de takken te schudden en mijn vader verschrok zich. "’t Is niets" zeide Koob. Wanneer zij beide aan de boerderij kwamen waar wij nu wonen, was er daar een lawaai op het "Geleêg" (= neerhof) dat hooren en zien verging, als in de hel; en daar achter die lindeboomen, die daar nu nog staan, daar waren ze bezig. Koob ging er langs en toen hij langs de haag aan het kapelleke kwam, begonnen daar wel duizend hennen in eenen keer te kakelen. "Leg er ook een koppel voor mij" zeide Koob, en ’s anderendaags lagen er twee koeien op den stal kapot.

Onderwerp

SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.    SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   

Beschrijving

Twee mannen gingen 's avonds samen naar 't Roeren. Onderweg schrokken de mannen toen de takken van een eikenhaag plots begonnen te schudden. Toen de mannen bij de boerderij kwamen, hoorden ze een hels lawaai. Bij het kapelletje begonnen wel duizend kippen tegelijk te kakelen. "Leg ook wat eieren voor mij", zei de man. De volgende dag lagen twee koeien dood in de stal.

Bron

D. Truyen, Leuven, 1946

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
limburgs (noorden)
Vader van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Opitter    Opitter   

Plaats van Handelen

't Roeren (Opitter?)    't Roeren (Opitter?)   

Roeren ('t) (Opitter?)    Roeren ('t) (Opitter?)