Hoofdtekst
Beschrijving
Smatser was iets dat twee horens op zijn kop had en een soort van vel droeg zoals kleudde.
Een knecht die vla moest gaan halen die van peperkoek, suikermastellen, melk en stroop werd gemaakt, ging ’s nachts van Asse-Terheide naar Katertaveernt. Onderweg zag de knecht Smatser tevoorschijn komen. Smatser riep: “Stma, stma, stma!” De knecht sprak tot Smatser: “Zeg een keer kloen!”, waarop Smatser antwoordde: “Kloen!” Vervolgens zei de man: “Ge zult niks opdoen!” Daarna sprong Smatser in een grote paardenput.
Een knecht die vla moest gaan halen die van peperkoek, suikermastellen, melk en stroop werd gemaakt, ging ’s nachts van Asse-Terheide naar Katertaveernt. Onderweg zag de knecht Smatser tevoorschijn komen. Smatser riep: “Stma, stma, stma!” De knecht sprak tot Smatser: “Zeg een keer kloen!”, waarop Smatser antwoordde: “Kloen!” Vervolgens zei de man: “Ge zult niks opdoen!” Daarna sprong Smatser in een grote paardenput.
Bron
W. Van Wesenbeek, Leuven, 1969
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
brabants (brussel en omstreken)
217
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Smatser   
Naam Locatie in Tekst
Asse   
Plaats van Handelen
Katertaveernt   
Asse-Terheide   
