Hoofdtekst
Ze hadde op de hoef ne koeiehuyer (hoeder) en dieje ha da boekske van dieje knecht. En hij las iet over kraaie en dor kwame 1000 kraaie dor zitte. De knecht, die heks he, zei "dor hee iemand in mijn boekske geleze". "Jo - zei de hujer- ‘k hem geleze". Toen hemme ze de kraaie toch weg gekrege: hij strooide een zakske rapenzaad uiteen, dan kome de kraaie ’t zaad oppikke en terug in ’t sakske doen en lak ze da gedaan hadde trapte de kraaie ’t af.
Beschrijving
Een koeienhoeder las in het toverboekje van zijn knecht een stukje over kraaien. Het volgende ogenblik verschenen er wel duizend kraaien. Gelukkig slaagde de knecht erin de kraaien weg te jagen.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
2.3 Toverboeken
limburgs (grensgebied kempen-hageland)
608
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Lommel   
