Hoofdtekst
Hebt ge al gehoord dat de pastoors de nigermantie konden? Dat zijn negervreemde kunsten. Ze kunnen dat nog maar ze doen dat niet meer. Er brandde eens een hof en de pastoor ter plaatse, ze heetten hem Peetje Van der Stock, omdat hij altijd met een stok ging. Die knecht van die boerderij kwam te paard de pastoor halen om de wind te doen keren.De pastoor gaat, de knecht keert terug en tegen dat hij aan het hof is, kwam de pastoor hem al terug tegen, dat hij er al geweest was. En het hof brandde niet af, hij had de wind doen keren.En veertien dagen later brandde er een ander hof af en ze riepen ook op de pastoor om te helpen. „Kijk, mistesse", zei hij, „dat zal hier niet meer branden". En 't brandde niet meer. Dat is ook gebeurd in Schorisse. Dat is waar, ongeveer zeventig, tachtig jaar geleden gebeurd.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Pastoors beheersten de kunsten van de nigromantie. Toen ergens een boerderij in brand stond, reed de knecht snel te paard naar de pastoor. De geestelijke beloofde onmiddellijk te zullen komen. Wanneer de knecht terug naar de boerderij reed, kwam hij de pastoor tegen. Hij was er al geweest en had de wind doen draaien, zodat het vuur was geblust.
Twee weken later brandde in Schorisse nog een andere boerderij af. De pastoor kwam ter plaatse en zei: “Kijk, dat zal hier niet meer branden. De vlammen doofden inderdaad.
Twee weken later brandde in Schorisse nog een andere boerderij af. De pastoor kwam ter plaatse en zei: “Kijk, dat zal hier niet meer branden. De vlammen doofden inderdaad.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (zuiden)
80D
Omstreeks 1900
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Edelare   
Plaats van Handelen
Schorisse   
