Hoofdtekst
17: (over de mare) Maar dat is … ik heb dat … dat is eigenlijk mijn mama die dat verteld heeft. Ik heb dat…X: Nee nee.17: … niet meegemaakt hé. Maar dat was lijk… zo… de mare… gow, dat was een … gow, de mensen zeiden ‘tovenarij’ (onverstaanbaar). ‘Bereden zijn van de mare’, zeiden de mensen. Weet je wie er bereden geweest is van de mare? Dat was Maria’tje Rosseel, die getrouwd is met Paul Maerten. Toen zij een klein kind was, was Maria’tje Rosseel haar moe… haar grootmoeder woonde bij hen in. En eh… zij hadden een meid of een knecht en dat was in de Patrijze (Westouterse weg), Marcel van de Patrijze, je hebt nog gehoord van de Patrijze?X: Ja.17: En eh… haar moeder (van Maria) leefde nog. Zij heeft vroeg, erg vroeg… eh Maria, die getrouwd is met Paul Maerten, vroeg haar moeder verloren.X: Ja.17: En, op zekere dag, zegt Marcel tegen de werkvrouw: "Ik kan deze week geen brood geven. Je zult het volgende week hebben. We zullen het dan bakken en je zult er dan dubbel zoveel krijgen." En dat vrouwmens, ja, is het waar, ik heb dat ook niet meegemaakt, ik was ook te klein daarvoor, maar ik heb dat altijd horen vertellen… eh, dat vrouwmens heeft hem dat kwalijk genomen. En dat kind is moeten afgelezen worden, die nu nog leeft, Maria’tje Rosseel die getrouwd is met Paul Maerten. Mijn moeder moest haar aan zich vastbinden, dat was een kindje van … van, gow, enkele maanden… een jaar oud, ik weet niet hoe oud zij toen juist was. Zij zou dat misschien beter kunnen zeggen, Maria. En zij zijn daarmee naar de paters van Ieper gagaan. En eh, die paters zeiden: "Dat kind is bereden van de mare." En eh, zij hebben dat afgelezen en dat was, zeiden ze: "Je hebt iemand iets geweigerd." En dat was dat brood.X: En die Marcel, was dat familie van haar dan?17: En Marcel, dat was haar vader, van Maria Rosseel.X: Ah ja. En dat was dan door die werkvrouw.17: En ze zijn met dat kind naar de paters van Ieper gegaan en zij hebben dat afgelezen. Maar dat kind had zo’n macht dat een grote man dat niet de baas kon. En dat was toen nog geen auto, dat was toen nog zo’n voiture waarmee ze moesten gaan. En mama heeft dat kind aan zich moeten binden. Julia, de moeder van Maria, was niet goed. En mama is gegaan met Marcel, de vader van Maria Rosseel, naar Ieper en ze heeft dat kind aan zich moeten binden opdat ze het de baas ging kunnen zijn.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een klein kindje uit Poperinge werd 's nachts bereden door de maar. Het meisje was amper enkele maanden oud.
Op een dag had de vader van het meisje tot de werkvrouw gesproken: "Ik kan je deze week geen brood geven. Je zal het volgende week krijgen. We zullen dan bakken en je zal dubbel zoveel brood krijgen". De werkman nam het de man echter kwalijk en betoverde zijn kind. Toen men met het kind naar de paters van Ieper ging, spraken de geestelijken: "Dat kind is bereden door de maar. Je hebt iemand iets geweigerd". Nadat het kind door de paters was overlezen, genas het.
Op een dag had de vader van het meisje tot de werkvrouw gesproken: "Ik kan je deze week geen brood geven. Je zal het volgende week krijgen. We zullen dan bakken en je zal dubbel zoveel brood krijgen". De werkman nam het de man echter kwalijk en betoverde zijn kind. Toen men met het kind naar de paters van Ieper ging, spraken de geestelijken: "Dat kind is bereden door de maar. Je hebt iemand iets geweigerd". Nadat het kind door de paters was overlezen, genas het.
Bron
M. Sohier, Leuven, 1982
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (poperinge)
17A
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Ieper   
Ieper (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Poperinge   
Plaats van Handelen
Poperinge   
