Hoofdtekst
Da vreumes van hie neve gink deur nieuwsgierigheid altij bij de boer zien. En dan had ze zoewe ne neusdoek bij. Ma de boer zat eens op ’t scheithuiske en da vreumes was wee aan ’t loere ma ze wist nei dat de boer heur zoog. Ma de boer zag heur piepe van ’t gemak he. En ’s anderendaags was ’t verke kapot. En de rest kunde wel denke he.
Beschrijving
In Kwaadmechelen woonde een nieuwsgierige vrouw die altijd een halsdoek droeg. Op een dag ging de vrouw stiekem een kijkje nemen op de boerderij. De boer, die op het toilet zat, had de vrouw gezien. Enkele dagen later was er bij de boer een varken dood.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (grensgebied kempen-hageland)
316
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kwaadmechelen   
Plaats van Handelen
Kwaadmechelen   
