Hoofdtekst
Te Kasterlee woont de "Tien urenhond". Drooike Van Gorp kwam hem 's nachts tegen – hij had van niets schrik – een groote zwarte hond met ruige haren. Het beest week niet uit en met zijn stok kon hij het niet raken. Hij legde zijn pooten op de schouders en keek hem aan met gloeiende oogen.
Beschrijving
Een man kwam 's nachts in Kasterlee de 'tienurenhond' tegen. Dat was een grote zwarte hond met lange haren. De hond ging niet uit de weg en de man kon het dier niet raken met een stok. De hond legde zijn poten op de schouders van de man en keek zijn slachtoffer aan met gloeiende ogen.
Bron
A. De Haes, Leuven, 1943
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
antwerps
67
fabulaat
Naam Overig in Tekst
tienurenhond   
Naam Locatie in Tekst
Kasterlee   
Plaats van Handelen
Kasterlee   
