Hoofdtekst
Weet ge wat ik mijn moeder nog horen vertellen heb, dat was in de zomer in de slijttijd. Moeder was met de anderen gaan slijten in den Hootond. Als het avond was zat er daar een wijf, Treze, lijk te slapen. Dat ze zij daar aan trokken, ’t was geen avancie. Ze kwamen dan al tezamen naar Toniau om te eten. De die die ze ginder hadden laten zitten als dood, zat daar al aan ’t eten als ze toekwamen. Zo dat was meer dan een ½ uur ver. “Gij kunt meer als luizen bokken (zetten)”, zei ze moeder tegen haar.
Beschrijving
Een vrouw ging in de zomer op een boerderij werken. ’s Avonds zat daar een vrouw te slapen. Men probeerde haar wakker te maken, maar dat lukte niet. Toen de mensen een half uur hadden gewandeld en aanschoven voor het avondmaal, zat de vrouw die ze hadden zien slapen, daar al aan tafel.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
304
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kwaremont   
