Hoofdtekst
’t Stoenden ne keer twee broers te dessen in de scheure en den één zei tegen den andren: "Ze zeggen da joe kunt iphangen met een haverstrootje, maar ‘k gelove ’t niet, maar ‘k ga toch proberen. Maar o j’ ziet da ‘k iphange, moe j’mij losdoen, hé, of ‘k ga dood." En je dei dadde en amenekeer ’t komt daar n’een haze ip drie poten gesproengen, da was ne geschoten haze en dien andre ziet dadde en je loopt d’er achtre en je vergeet zijn broere. En z’n broere hèt hem iphangen ook.
Beschrijving
Twee broers waren in een schuur aan het dorsen. Op zeker ogenblik sprak de ene broer tot de andere: "Men zegt dat je je kan ophangen met een haverstrootje, maar dat geloof ik niet. Ik ga het eens proberen, maar als je ziet dat ik stik, dan moet je mij onmiddellijk losmaken". Toen de man met zijn hoofd in de strop hing, kwam er een haas op drie poten aangelopen. Het was een geschoten haas. De broer liep het dier verbaasd achterna en vergat zijn broer, die stikte en stierf.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
3.1 Duivels
west-vlaams (o van houtland)
184
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hertsberge   
