Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

GVERD0126_0127_11535 - Heks telt op de kop honderd kolen zonder te kijken

Een sage (mondeling), vrijdag 12 januari 2001

Hoofdtekst

M: Vertel nu eens verder over uw spoken en al.[…]A: Dat was iets dat mam mij altijd verteld heeft. En mam geloofde niet in spoken of in dinges. […] Die hare pa, die was heel jong gestorven. En haar broer die…[onverstaanbaar] die stond heel jong alleen ervoor. […] Zij was de oudste en er waren K., die was coiffeur, die is gestorven iets na de oorlog. Die was twee keer geschoten geweest. Die woonde in Parijs en die was coiffeur daar. En dan Kr., dat was een ‘bon vivant’ en die ging daar zijn broer bezoeken. […] Mam, die moest het werk doen. Die moest in het fabriek leveren met een koe en een kar bieten leveren gaan. Van die half Pruisen, van die soorten voederbieten. En stond die daar als jong meisje van 18 – 20 jaar. Dan kon de koe de kar niet terugstoten, maar dan waren die mannen toch altijd daar, die hadden dan kompassie voor haar te helpen. Ja, mam kon het niet, wur. Zij was sterk en al, […] die moest eens naar Gutschoven (sic). Naar een vrouw die kruiden kweekte en van al die dingen. Maar als ge vroeger kruiden kweekte of kruiden geven (als ge kruiden gaf aan mensen), dan waart gij al een heks. Maar gij kondt ook een slecht zijn, wur. Alle kruiden, de meeste geneesmiddelen zijn gemaakt op basis van kruiden, maar ge moet weten wat en hoe ge ze moet nemen. […] En die kweekte ook zo van die legumen (groenten) om te verkopen aan de mensen. […] En mam kwam daar bij die vrouw en die moest vijftig of honderd kolen of zoiets halen. En die komt daar en die zei: ‘Ik zal ze u uittrekken.’ ‘Maar mijn kind,’ zei ze, ‘help me maar’, zei ze, ‘dan gaat het rapper met ons tweeën’. En ze trekt uit. ‘Stop maar’, zei de vrouw, ‘we hebben er juist honderd’. En die gaat thuis met die kolen. ‘Maar nu heb ik iets aan de hand’ zei ze tegen haar mam: ‘Dat moesten honderd kolen zijn, die kon niet tellen’. Die had die kolen gedragen. Omdat ze zei: ‘’t zijn er honderd’ en ze wist niet wat zij getrokken had (hoeveel zij er uitgetrokken had). En het waren er juist honderd. Kleine, grote, op de slag honderd. En ze had me niet in ’t oog of niks. Zij was daar aan het trekken en ik daar. En toen zegt ze: ‘Stop maar, we hebben er honderd’. En ze (mam) wou niet van die legumen eten. [Jean vertelt een verhaal dat hij de uitkomst van een vermenigvuldiging juist had geraden vroeger in de klas toen hij zijn huiswerk niet goed had gemaakt.] A: Maar als ge dat in verband brengt met zo een twijfelachtige persoon, dan zijt ge bij een heks geweest. Ja, dan begint ge zelf te twijfelen. Ge moet zeggen juist hoe het is. Zo sterk is er niemand van zijn stuk. […] Maar dat geloofde zij niet. Ze ging er heen, maar ze is er nooit meer terug geweest. En dan daarna, was zij bang zogezegd.

Onderwerp

SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste    SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   

Beschrijving

Een meisje moest bij een groentenverkoopster honderd kolen gaan halen. Het meisje wilde de kolen alleen uittrekken, maar de vrouw zei: "Neen, we doen het samen, dan gaat het sneller!" Op zeker ogenblik zei de vrouw: "Het is genoeg. Dat zijn er honderd". Merkwaardig genoeg had de vrouw gelijk, hoewel ze geen enkele keer had gekeken hoeveel kolen het meisje al had uitgetrokken. Thuisgekomen vertelde het meisje aan haar moeder wat er was gebeurd. De moeder durfde de kolen niet op te eten omdat ze dacht dat de vrouw een heks was.

Bron

G. Verdickt, Leuven, 2002

Commentaar

2.1 Heksen
limburgs (zuiden)
V16
Moeder van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Voort    Voort