Hoofdtekst
Daar was een vrouw thuis in de geburen en die werd ziek in het kindsbed. Ze hadden daar van alles voor gedaan, maar het wilde maar niet beteren en op den duur gingen ze naar Hasselt naar ene. Ze waren meegegaan bij ne zekere Ber Eekhout; dat was ne we[r]kman die regelmatig in Hasselt moest zijn en die zei: Als ge terug bij u thuis komt, zal daar een vrouw op u afkomen en u iets vragen wat ze niet vandoen heeft en dat moet ge haar geven en dan is het gedaan. En toen zij bij hen thuis aankwamen, kwam daar een vrouwke van de geburen voor de kar door en die vroeg of ze het hooizeel kon hebben. "Ja zeker kunt gij dat hebben", zeiden ze en ze gaven het en van toen af was het gedaan.
Beschrijving
Een vrouw uit Kuringen was ziek geworden in het kraambed. Omdat de vrouw maar niet genas, ging men naar een man uit Hasselt. Die man sprak: "Wanneer je thuiskomt, zal er een vrouw langskomen om iets te vragen dat ze niet nodig heeft. Als je haar het gevraagde geeft, is de kwade hand verdreven". Toen de mensen thuiskwamen, kwam er inderdaad een oud vrouwtje om een hooizeel vragen.
Bron
A. Princen, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tussen hasselt en beringen)
313
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kuringen   
Plaats van Handelen
Kuringen   
Hasselt   
