Hoofdtekst
Fleursen Deel had een poot gelijk een paard. Op een zondag zaten ze te Verkleien met drie gasten bijeen en in de maneschijn gingen ze naar huis. Als ze nu aan het baantje kwamen, liep daar een zwart katje voor hen maar het liep meestal voor Deel. “Ah gij verdomse rosse, ‘k zou u wel meepakken, we hebben juist geen katje thuis”, zei hij, Deel, en hij pakte dat katje mee. Maar ’s morgens lag Deel dood en het katje was vertrokken.Dat was veneigen iets waar dat ’t kwaad mee gemoeid was.
Onderwerp
SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.
  
Beschrijving
Enkele mannen wandelden in de maneschijn naar huis. Bij een weggetje werd één van de mannen geërgerd door een zwart katje dat de hele tijd voor zijn voeten liep. De man riep: “Jij verdomme ros, ik zal je wel meenemen, want we hebben thuis op dit moment geen katje”. De man nam het katje mee. De volgende dag lag de man dood en was het katje vertrokken.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
323
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zegelsem   
