Hoofdtekst
Beschrijving
In Beert woonde een jongen die niet kon lopen of spreken. Iedere nacht hoorden de ouders dat jongetje huilen, maar ze wisten niet wat de oorzaak was. Bij die mensen kwam vaak een man met wol leuren. Die man had voor pater willen studeren, maar had het seminarie voortijdig verlaten. De leurder bleef vaak slapen bij de mensen met het huilende zoontje. Op zekere dag ging de moeder van de jongen naar de paters in Edingen. Nog geen negen dagen later was het kind dood. Toen hij het nieuws vernam, sprak de leurder tot de bedroefde moeder: "De persoon die als eerste naar je dode kind komt kijken, is de schuldige". Wat verderop stond een huis waarin een vrouw woonde, die ervan werd verdacht een toveres te zijn. Die vrouw was de eerste die naar het dode kind kwam kijken. Toch vertrouwde de familie de leurder niet. Hij was namelijk een voddenraper die al zijn geld aan drank besteedde en zijn kinderen geen eten gaf. Hij bezat ook slechte boeken waarmee hij de pastoor kon laten komen.
Bron
M.-J. Deraemaeker, Leuven, 1977
Commentaar
2.2 Tovenaars
brabants (zuid-west)
12C
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Marie Giet   
Naam Locatie in Tekst
Beert   
Plaats van Handelen
Beert   
