Hoofdtekst
B1: Wij zijn wel oude mensen, maar wij zijn toch al vooruit gegaan. Ik ten andere, ik geloof in geen heksen. Wat noemen ze een heks? G: Daar gaat het dus over hé.B1: Awel, dan zal ik u vertellen waarover dat dat gaat. G: Ja, ok.B1: Dat zijn allemaal menskes, als ze jong waren, bij de kinderen, de man ging werken, maar het werk (in het huis) moest allemaal door de vrouw gedaan worden. G: Ja.B1: En die vrouw, die was krom, stom, onnozel gewerkt en die ding [onverstaanbaar] met een bult of ze had een keer een lange neus of zo en dan was dat een heks als die ouder was. G: Maar op zich kon die niets speciaals of zo?B1: Ik heb daar nooit geen geloof aan gegeven. Die mensen waren oud en versleten en dan waren dat heksen.B2: Dan waren dat heksen.
Beschrijving
Oude vrouwen met een bochel of een lange neus werden vaak van hekserij verdacht.
Bron
G. Verdickt, Leuven, 2002
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (zuiden)
M1
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Montenaken   

