Hoofdtekst
Thusend ’t is daar een frontierewegeltje, ’t was daar nog zaailand, ze kwam al (langs) dat wegeltje met blauwgoed (smokkelwaren). ‘k Was ik aan ’t melken, en ’t passeert daar een mensche en zij kijkt ossan. “Mens, zeg ze, dat moet een goe koe zijn, en die koe ze was bekalfd geweest en ze kalfde nooit, en als ze toen kalfde, ’t was lijk een hondige”(hondje). Die koe was in ’t gas (gras) gedaan en dat vrouwmens passeerde weere en die koe kwam gelopen lijk een hoorndulle koe, z’is daar deur de beke gezwommen lijk niet, ze liep achter dat vrouwmens, ze moste het algelijk weten, dat heb ik gezien. Hoe kan die koe dat weten, zou je peizen.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een man die zijn koeien aan het melken was, zag een heks met smokkelwaar voorbijkomen. De heks sprak tot de boer: "Dat moet een goede koe zijn!" Toen die koe een tijdje later een kalf moest werpen, bleek het kalfje eruit te zien als een hond. De koe werd in de weide gezet. Een tijdje later wandelde die heks voorbij de weide. Op dat ogenblik werd de koe dol en zwom ze door de beek. Het leek wel alsof de koe begreep dat die vrouw haar had behekst.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (franse grens)
230
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Beveren   
