Hoofdtekst
Mijn vrouw kwam op een avond naar huis, en ’t kwam daar altijd een katje mee, geheel de weg. Mijn vrouwe joeg (jaagde) die katte weg, maar ze wilde niet weg. Dat werkte natuurlijk op heur zenuwen. Ze gaf zij die katte een rammelinge. Maar ’t moet hier vroeger een soorte van een toveresse geweest hebben, ook een die boeken hadde, en ’s anderendaags dat vrouwmens hadde geheel die kwetsure. In plekke van een katte dat was een vrouwmens. Z’haalden die macht uit boeken he. De priesters zaten daar wreed (erg) achter voor ze in handen te krijgen.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Een vrouw die 's avonds naar huis wandelde, werd de hele weg gevolgd door een katje. Geërgerd gaf de vrouw het dier een afranseling. De volgende dag was een vrouw uit de buurt gewond. Het was een tovenares die toverboeken bezat.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (kamerlingsambacht)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Slijpe   
