Hoofdtekst
D’er heet hier ook een toveresse gewoond. De die was nen Bussche…, Tselie (Julie), gelove’k. En ze had boeken… en ‘k he een broere die d’ervan betoverd is. ‘k Wete wel dat da vrouwmens nen schonen appel in de wiege lei. En hij is beginnen kwellen en schremen (wenen) en ze zegt tegen moedre, die toveresse hé: "Ge geeft da kind geen eten." En ze gingen ermee naar de paters van Steenbrugge. En de paters zeien: "Ga maar naar huis, ’t en is geen avance (geen hulp mee mogelijk) niet meer. En onderweg is da kind gestorven. ’t Kwaad zat al te verre.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
In Oedelem woonde een toveres die toverboeken bezat. Op een dag had de toveres een mooie appel in de wieg van een kind gelegd. Daarop begon het kind onophoudelijk te huilen. De moeder ging met het kind naar de paters van Steenbrugge. De geestelijken zeiden: "Het kan niet meer baten, ga maar naar huis". Op de weg naar huis is het kind gestorven.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
279
Broer van de informant
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Oedelem   
Plaats van Handelen
Oedelem   
Steenbrugge   
