Hoofdtekst
Hier was vroeger ene man van Wellen, die kon toveren. As de vrouw haar botten nie vond, dan zeiter: 'kom maar eens uit', dan gingter in en dan stonden de botten doa. As zje ereges moes(t) gaan, dan weddeter da zje ter nie zoudt geraken, en dan stonden ook allekanten hagen voor oech (= U).
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
In Wellen woonde een man die kon toveren. Wanneer zijn vrouw haar laarsjes niet kon vinden, sprak de tovenaar: "Kom eens naar buiten!" Zodra de tovenaar naar binnnen ging, stonden de laarsjes daar. Die tovenaar kon er ook voor zorgen dat mensen niet op hun bestemming geraakten; hij toverde dan allemaal hagen rond de wandelaars.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (tongeren en omstreken)
876
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mal   
Plaats van Handelen
Wellen   
