Hoofdtekst
Dat was een keirse die brandde en de mensen hadden daar benauwd van. Dat stond in bollaardkoppen (knotwilgen) ’s avonds.
Beschrijving
Een doodkaars was een kaars die men 's avonds in de knotwilgen kon zien branden. De mensen waren bang voor zulke kaarsen.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (ieper)
36
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Wulvergem   
