Hoofdtekst
De moare zoet eens bij jang in de stal. Wai het koem wis hij nie, mais opeens was do e groot lewèèt. Hij goeng kieken in de stal en vond do iet versjrikkelijk. Enkele kuu loochten met de poten in de loch op de grond. De aander hoane hun kettingen losgetrokken en stoenden te springen in de stal. Jang wis ni woa dun want zen besten woaren van de moare bereden. Toen is hij de pestoor gun hoalen. Dèè hèt de stel overleizen en sinds toen is do niks mai gebeurd.
Beschrijving
Een boer hoorde opeens een hels lawaai in zijn stal. Toen hij ging kijken, zag hij dat sommige koeien met hun poten in de lucht op de grond lagen. Enkele andere koeien waren losgemaakt en sprongen wild rond in de stal. De dieren waren door de maar bereden. Nadat de stal door de pastoor was overlezen, gebeurden er geen vreemde dingen meer.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
limburgs (borgloon)
164
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Schalkhoven   
