Hoofdtekst
Weerwolf vraagt een pijp tabak.’t Was daar nen beenhouwer van Everbeke die naar Brakel kwam slachten en der zat daar ook ne weerwolf, op zijne weg waar dat hij moest passeren, die alle mensen aanranddege.En nou, dienen beenhouwer passeerdege daar ook, maar ie was hij daar schou af, diene weerwolf, van diene mens, omdat ie zijn messens bij hem hâ. En ie kwam er naartoe en as ’t hij gezien hâ dat ’t dienen beenhouwer was, ie vroeg hem een pijpe toebak en ie was ter ie van ondere. Ie en tost hij diene mens nie aanranden.
Beschrijving
Een beenhouwer uit Everbeek moest in Brakel een dier gaan slachten. Onderweg moest de beenhouwer voorbij een plaats waar een weerwolf rondliep, die de mensen lastigviel. Toen de weerwolf zag dat de voorbijganger een beenhouwer was, die messen bij zich droeg, durfde hij deze man niet aan te vallen. In de plaats daarvan vroeg hij de beenhouwer om tabak.
Bron
R. De Geeter, Gent, 1952
Commentaar
1.6 Weerwolven
oost-vlaams (zuiden)
48
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Michelbeke   
Plaats van Handelen
Everbeek   
Brakel   
