Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CDEWA0244_0245_16161 - Beslagen paard herkend als boerin met hoefijzers aan handen en voeten

Een sage (mondeling), 1967

Hoofdtekst

Jantje Cauwels, z’n voader vertelde dat ie met den eersten van de moand ip ’t hof was vo dat ie getrouwd was. ’s Nuchtends os ’t ie de pèèrden iphoalde, ’t zat dor oltied ’n pèèrd meer in de weie, ’n zwarten, of da’n z’aan. Je kwam nooit nie mee. Ol de knechten tope (tesamen) èn hem meegekregen. Da pèèrd werkte nog veel dulder dan d’andere. Z’aan geploegd in de brake (braakliggende grond). ’s Aderendaags ’s nuchtends on ze were do kwamen, woaren ol de sneên were gekeerd. En omdat da pèèrd goed werkte, deên ze ’t no de smisse en besloan ip de vier poten. ’s Anderendaags ’s nuchtends lag de bazinne in heur bedde met an heur handen en voeten ’n iezer.

Onderwerp

SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.    SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.   

Beschrijving

Een boer zag 's ochtends tot zijn verbazing altijd een zwart paard in zijn stal staan, hoewel dat paard niet van hem was. De boer kreeg het paard niet uit de stal, maar alle knechten samen slaagden er wel in het paard naar het veld te krijgen. Het paard werd vóór de ploeg gespannen en bleek nog beter te kunnen werken dan de andere paarden. Daarom kreeg het paard nog diezelfde dag hoefijzers. De volgende dag bleek het stuk waar het zwart paard had gelopen opnieuw ongeploegd te zijn. Bovendien lag de boerin in bed met hoefijzers aan haar handen en voeten.

Bron

C. Dewaele, Leuven, 1967

Commentaar

2.1 Heksen
west-vlaams (oostkust)
362
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Westkapelle    Westkapelle