Hoofdtekst
Beschrijving
Rond de tuin van een kasteel was een haag. Toen de tuinier een keer voorbij die haag wandelde, zag hij uit een gat in de haag een beest met ogen zo groot als schoteltjes verschijnen. Het beest had een dikke kop en geen poten. Het zwevende beest verscheen daar enkele opeenvolgende dagen. Wie daar voorbij kwam, moest over de steenweg lopen en zingen, zodat het dier geen kwaad kon doen. Deed men dat niet, dan werd men op de grond gegooid.
Bron
J. Wauters, Leuven, 1962
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
antwerps (klein-brabant)
176
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bornem   
