Hoofdtekst
Daar neven Schouten heeft vroeger een boerderij gestaan van Van Looy. En daar hadden ze ne jong die e boekske had voor te toveren en die kos daar van al mee doen. Mijnen heernonk was toen pastoor in Eksel en omdat die jong daar zoveel van leed zegde mijnen heernonk: 'Ich zal wel eens komen, ziet dat ge den hoven maar goed heet stookt.' En ze stuurden de jong naar de Kiefhoek hee maaien. Maar wie ze het boekske in den hoven gooide stond de jong er bij 'Nouw bin ich gelukkig' zegde hij 'nouw bin ich gered.' Dat heeft mij vader zelf gezien.
Onderwerp
SINSAG 0753 - Zaubermacht gebrochen; Geistlicher verbrennt Zauberbuch.   
Beschrijving
Bij V.L. werkte een jongen die een toverboekje bezat. De pastoor van Eksel had tot de boer gesproken: "Ik zal weleens komen. Zorg ervoor dat het vuur in de oven al is aangestoken". Toen de pastoor kwam, moest de jongen in de Kiefhoek gaan maaien. Zodra het toverboekje vuur vatte, stond de jongen bij de oven en zei: "Nu ben ik gelukkig, nu ben ik gered!"
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
2.3 Toverboeken
limburgs (noord-west)
273
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Eksel   
Plaats van Handelen
Kiefhoek (Eksel)   
