Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MDREE0375_0375_2762 - Jongen geeft zijn zakdoek en goede raad aan zijn meisje voor hij weggaat

Een sage (mondeling), 1967

Hoofdtekst

Dat was ene weerwolef, die kerseerde (= vrijde) met e metske (= meisje) en he ging met haar noa Tongeren. 'Gaat maar door, zeiter, ich moet mijn broek afdoen.' Toen kwamter jos (= eerst) nog eens gauw terug, hij had vergeten haar zijne maalneuzik (= zakdoek) te geven en he zei: 'Want zje ene grote hond tegenkomt, gooit het dan op hem!' Zij ging door en opeens was doa ene grote hond voor haar, zij deed wei hare jong(en) gezeid had en ze zei:'ontweef het wei het geweven is.' Toen liep ze voert, en iet ternoa was hare jong(en) terug en toen zag ze de vetse (= vezels) in zijn taan (= tanden) hangen. Ze had niks durven zeggen, mè hij moogde (= mocht) niemee bij haar komen!

Onderwerp

SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.    SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   

Beschrijving

Een weerwolf die met zijn vriendin naar Tongeren ging, zei onderweg: "Ga maar verder. Ik moet even een boodschap doen." De jongen gaf zijn vriendin een zakdoek en zei: "Als je een grote hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil". Wat verderop kwam het meisje inderdaad een hond tegen. Ze gooide de zakdoek naar het dier met de woorden: "Maak de stof los zoals ze geweven is". Toen haar vriend terugkwam, zag het meisje dat hij de vezels van de zakdoek nog tussen zijn tanden had. Het meisje durfde niet onmiddellijk iets te zeggen, maar na die dag wilde ze de jongen nooit meer zien.

Bron

M. Dreezen, Leuven, 1967

Commentaar

1.6 Weerwolven
limburgs (tongeren en omstreken)
1011
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Vechmaal    Vechmaal   

Plaats van Handelen

Tongeren    Tongeren