Hoofdtekst
J. Duvelier van Godsvelde, hij hadde boeken, en hij koste ook van alles aflezen, en hij was goed bevriend met de paters van de Catsberg, en op een zekeren dag, de paters zeien: “Jean, is’t waar dat je gij boeken hebt en meugen me ze een keer zien”? En hij heeft ze gegeven en de paters zeien: “Jean, me gaan ze houden, je moet gij dat niet hebben, zulke boeken”. En hij heeft ze nooit meer weregezien.
Beschrijving
Een man uit Godsvelde bezat toverboeken. Die man was goed bevriend met de paters van Catsberg. Op een dag sprak één van de paters tot die man: "Die boeken gaan wij meenemen, want zulke dingen heb jij niet nodig".
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (franse grens)
408
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Catsberg (paters van)   
paters van Catsberg   
Naam Locatie in Tekst
Watou   
Plaats van Handelen
Godsvelde   
