Hoofdtekst
Wrekende heks gooit man in de sloot.Een oom van me, die waren mee ne man of drij, vier bij mekaren en die kwamen 's nachts van 't dorp af. Ze kommen een ouw vrouwke tegen en die aai d'r rok omhangen. Ze zeggen: "Wie zou da zijn?" "Ik zal is gaan kijken", zegt er ene. Hij ga naar da wijfke en hij trekt van veur heure rok open. "Zo", zegt ze, "ge moest al lang op 't bed liggen; die van jouwen ouwer die slapen al lang." "En die van jouwen ouwer, die slapen ook al lang", zegt ie. "As ge zo oud zij! Wat doede gij zo laat nog op straat?" En die karel gaat deur. En ineens slaagt ie van d'ander af: den ene sloot in, den anderen uit. En 's morgens komt ie thuis en hong ie vol mee get, allemaal uit de sloot.
Beschrijving
Enkele mannen die 's nachts terugkwamen van het dorp, kwamen een oude vrouw tegen. Toen één van de mannen de mantel van die vrouw opende en haar herkende, zei de vrouw: "Zo, jij moest al lang in bed liggen, want je kinderen slapen al". Daarop antwoordde de man: "Die van jou slapen ook al lang!" Even later liet de man zijn gezelschap in de steek en werd in de sloot gegooid. Toen de man thuiskwam, hing hij vol met modder uit de sloot.
Bron
M. Van den Berg, Leuven, 1955
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (polders ten noorden van antwerpen)
235
Oom van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ossendrecht   
