Hoofdtekst
’s nachs, z’hoorden de stoeln smieten en de kassen verschuven en stappen die stoeln vlogen deur mekaar. Ze waoren verschrikt, ze djokten e ki no mekaor, mo ze durfden nie boegieren en on ze ’s nuchtens opstoen, ze zagen zieder nieten. Da was al op ze kant.
Beschrijving
In een huis hoorde men hoe 's nachts de kasten werden verschoven en de stoelen omver werden gegooid. Wanneer de bewoners van het huis opstonden om te gaan kijken, was er niets te zien.
Bron
S. Van Bael - Lehouck, Leuven, 1969
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (bachten de kupe)
198
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Adinkerke   
