Hoofdtekst
Daar was eens 'n vrouw en ne mens den die hadden geen huis. Die moesten bouwen maar ze hadden geen centen. En de man die zat in een herberg te permeteren (klagen) en ineens gaat de deur open en daar komt ne fijne zwarten heer binnen. Ich zal u helpen, zei den heer, als ge mij geeft wat pand dat ge te verwachten hebt. Dan staat er morgen uw huis eer dat den haan gekraaid heeft. Ja, dat was akkoord.Hij komt bij z'n vrouw en hij vertelt: 'Morgen hebben we een huis' en dit en dat, zoals 't gegaan was. 'Och', zegt de vrouw, 'wat verstand, wat verstand, nu hebt gij ons kind verkocht.' Maar de vrouw ging 's nachts nie slapen, ze bleef op en begos te kraaien om twaalf uren. Ja, en den haan die hoorde dat en die begos ooch te kraaien. Ja, en daarmee was 't huis nog nie helemaal af hé. Maar 't schoonste van de zaak is dat 't kot dat er nog was, dat hebben ze nooit meer kunnen dicht krijgen.
Onderwerp
SINSAG 0853 - Die unvollendete Scheune: Teufel von nachgeahmtem Hahnenschrei überrascht.   
SINSAG 0892 - Das Loch in der Wand; kann nicht geschlossen werden: Teufel flog durchs Loch.   
Beschrijving
Een man die geen geld had om een huis te bouwen, zat in een herberg te klagen toen er plots een deftige heer binnenkwam, die zei: "Ik zal je helpen, op voorwaarde dat je mij geeft wat je te verwachten hebt. Dan zal ik voor jou een huis bouwen dat klaar zal zijn nog vóór de haan morgenochtend heeft gekraaid". De man aanvaardde het voorstel en ging naar huis. Toen de man het verhaal aan zijn vrouw had verteld, antwoordde die: "Maar heb jij dan geen verstand? Nu heb je ons kind verkocht!" Die nacht ging de vrouw niet slapen. Om twaalf uur 's nachts begon ze te roepen totdat de haan in het kippenhok begon te kraaien. Op dat ogenblik was het huis nog niet helemaal klaar. Het gat dat nog moest dichtgemaakt worden, heeft men nooit kunnen herstellen.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
3.1 Duivels
limburgs (noord-west)
310
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Achel   
