Hoofdtekst
Je moet nooit een kind laten naken (aanraken) van een vrouwmensch dat je niet en kut (kent). Bijgenomen, je zijt gij met een kind op route met een voeteure (voitur). ’t Gaat een vrouwmens komen en vragen: “Mag ik je kinnege (kindje) een keer zien”? Je meugt dat niet togen. Je moet zeggen: “Jen hebt daarmee al geen affairen, dat kind gaat joen niet aan”. Je meugt dat niet laten raken.Als ze zij etwod doen, ze doen dat met manieren, zieder weten nulder werk. Z’hebben nulder affeirens.Als je dat ziet, je meugt daartegen niet spreken, als je etwod geware zijt. Rechtuit jen huis doen wijgen, dat ze niet meer binnen en kunnen. Als ze binnen is, je legt jen huwring onder heur stoel. Ze gaat wel geware zijn. Ze kut (kan) geen macht meer doen.
Beschrijving
Wie met zijn kind een wandeling maakte, mocht het kind nooit laten aanraken door een onbekende vrouw. Toveressen waren er immers op uit om kinderen te betoveren. Daarom kon men ook best zijn huis laten wijden. Als er toch een toveres in huis was, dan moest men een trouwring onder haar stoel leggen om haar macht te breken.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (franse grens)
319
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Herzele   
