Hoofdtekst
Door een “Gippenes” bedrogen.N’n boereknecht, Lodde, die moest nen ekker gaan spetten met de spa en d’r kwam een gippenes bij hem:“A”, zegt ze tegen hem, Lodde, “g’aveseert zuë slecht jongen.”“Ja”, zegt hem, “maar ‘k avesseer neig genoeg wqant ’t n is hier giëne goeie post van eten en drinken.”“Ja, maar da’s niets,” zegt ze tegen hem. As g’ou boterhammen aan mij geeft zal ik zeggen op hoeveel tijd diën ekker hier zal omgekiërd zijn.”En Lodde die zetten hem recht en zei:“As ’t anders niet en is zal ik a mijn boterhammen geven.”“Awel”, zei ze tegen hem, “op een uur of twië, drij kan da gedaan zijn.”En Lodde niesgierig zijn, maar ze stapte den akker af met Lodde zijn boterhammen, en as ze ten ’t einde was, riep Lodde heur:“Alla, da aveseert hier na nog nie neiger.”“’t Zal wel neig aveseren”, riep ze, “dikke steken pakken en rap wegroeien.”Een een gippenes da’s een tuëveres, hier zeggen ze dat d’r tegen.
Beschrijving
Een boerenknecht die aan het spitten was, zag een gippenes aankomen, die zei: “Het werk lijkt hier niet zo goed te vlotten”. Daarop antwoordde de knecht: “Ja, maar dat is niet erg, want deze boer betaalt toch niet veel”. De gippenes vervolgde: “Als je mij je boterhammen geeft, dan zal ik je vertellen in hoeveel tijd het werk hier klaar zal zijn”. De knecht gaf zijn boterhammen en de gippenes zei: “Dat werk kan hier in twee of drie uur klaar zijn. Je moet grote scheppen nemen en ze snel weggooien”.
Bron
V. Van Onsem, Leuven, 1967
Commentaar
1.2 Aardgeesten
oost-vlaams (waasland en dendermonde)
206
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Appels   
