Hoofdtekst
Ich hem ergens geweten, as ze dao de kalver mee draai koren vastbonnen dan waren ze de volgende dag wiêr los. Diê biêsten werden geplaogd.
Beschrijving
Er was een boer wiens kalveren 's ochtends altijd los waren, ook al waren ze de avond voordien met drie koorden vastgebonden.
Bron
C. Ooms, Leuven, 1968
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
limburgs (beringen en omstreken)
127
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Paal   
