Hoofdtekst
‘k En nog hoord datten dor zat in Houthulst, in e gat etwor en datten bij nachte uutgoeng. Enne voyageerde van ’t ene nor ’t andere. En wor datten koste angeraken, plunderden ollemale. ‘k En in hoord datten hij e bende hadde en datten hij dormee roendgoeng. ‘k En ik hoord datten hij moordde. Mor is dat nu wor? ‘k Weten ik dat niet. Norvolgens dat’t schijnt die plekke, dat gat, wo datten hij zat, zoe nu nog moeten zijn in Opsomerkes goed in Poelkapelle.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Bakelandt vertoefde in Houthulst. 's Nachts ging hij op plundertocht. Hij zou ook moorden hebben gepleegd.
Meestal verbleef de rover in Poelkapelle.
Meestal verbleef de rover in Poelkapelle.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)west-vlaams (vrijbos)
91A
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Opsomer
Bakelandt
Bakelandt
Bakelandt (bende van)   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Woumen   
Plaats van Handelen
Houthulst   
Poelkapelle   
