Hoofdtekst
Bij meester van Noest, bij Schelleke, en do ging een licht rond, rond de petettenhoek en rond de hooimijt. En dat is echt waar. Want no den oorlog was er da nog. En de meester dieje zei "ik gaan een schup hale en ik steek da neer". En hij haalt de schup en hij wilt erop aan gaan en hij was zoewe nene hoek gegaan, begint da licht do gaan te danse en komt op hem aan. Hij was zoe bang en hij springt binne en hij hoort nen bonk en do slaagt een grote rode hand oppe deur.En ze dierve bij Schellekes toen nemieje buite kome. En ze hemme geverfd en alles gedaan en ze kosse de hand nie afkrijge. En toen zijn ze verder gegaan totda ze toch eindelijk een middel gevonne hadde veur de hand weg te krijge en toen had ne pater gezegd dat da de ongedoopte zielkens vanne kindere ware.
Onderwerp
SINSAG 0212 - Spötter pfeift Feuermann heran
  
SINSAG 0182 - Wiedergänger als Irrlicht   
Beschrijving
Toen S. met een spade in de hand naar een dwaallichtje ging, werd hij door het lichtje benaderd. Zodra de man naar binnen was gevlucht, weerklonk er een luide bons op de deur. In de deur stond een rode handafdruk die men haast niet meer kon verwijderen. De pater vertelde S. dat dwaallichtjes de zieltjes van ongedoopte kinderen waren.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (grensgebied kempen-hageland)
57
Na WOII
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tessenderlo   
