Hoofdtekst
Op de Geestbaan is eens wat voorgevallen, daar komt de naam 'Geestbaan' van voort. Dat is een diep straat, 'nen eerdweg gelijk dat vroeger allemaal was, die loopt over de Royerbos en zo door de Meeuwer-hei op Hasselt. Daar is Napoleon vroeger nog met zijn leger overgetrokken. Daar voer er ene met vier vette verkens op de kar. Dat was eigenlijk 'ne mulder, want die heeft nog gemalen op Gebruggemolen. En ineens kos het paard de kar onmogelijk meer trekken. En ineens komt daar en oud menke voorbij. Wat die allemaal deed... die kos ál. 'Wat is er aan de hand', zei hij tegen de mulder. 'De paarden willen niet meer voort', zei die. 'Jamaar', zei het menke 'dat zal wel, daar is een speik te veel in het karrad.' En vroeger hadden ze altijd een hak aan de kar hangen om de kar los te kappen als de weg te slecht is. En die pakte het menke vast en hij houwde de speik er uit. Aan het rad was niks te zien, maar dat menke was er ene die dat zag.En toen kosten de paarden weer voort.
Onderwerp
SINSAG 0534 - Die dreizehnte Speiche   
Beschrijving
De Geestbaan was een aarden weg die door het Gruitrodebos en de Meeuwer-heide naar Hasselt liep. Op een dag vervoerde een molenaar met paard en kar vier vette varkens over de Geestbaan. Plotseling bleven de paarden stilstaan. Even later kwam er een man voorbij, die onmiddellijk zag wat er aan de hand was: "Er zit een spaak in de wielas, waardoor het wiel geblokkeerd wordt!" Nadat de man de onzichtbare spaak uit het wiel had getrokken, konden de paarden weer verder.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Neeroeteren   
Plaats van Handelen
Meeuwer-heide   
Geestbaan   
Gruitrodebos   
Hasselt   
