Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

IKENE0226_0226_6388 - Meisje herkend [sic] haar verloofde aan de vezels van een zakdoek

Een sage (mondeling), 1957

Hoofdtekst

Daar was e vrommes en dat vrijde met ne weerwolf maar zij wist 't nie. Want toen ze dan eens op gang waren toen zegde hij: 'Ich moet eens effen weggaan' zegde hij 'en as ge iet tegenkomt dan gooide ouwen tesnuzzek (zakdoek) maar.' Ja en zij komt de weerwolf tegen en gooide met haren tesnuzzek en hij pakte hem en scheurde hem met zijn tanden kapot. Maar effen later toen hij terug was toen wist ze wat hij was, eerst wist zij 't nie. De stukken zaten nog in zijn tanden. Dat heb ich mij grootvader zaliger horen vertellen.

Onderwerp

SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.    SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   

Beschrijving

Een jongen die samen met zijn vriendin een wandeling maakte, zei plots: "Ik moet even weg. Mocht er ondertussen iets op je af komen, gooi dan deze oude zakdoek naar de verschijning". Toen het meisje een weerwolf zag, gooide ze de zakdoek naar de muil van het beest, dat de stof helemaal verscheurde. Even later kwam de jongen terug naar zijn vriendin. Tot haar grote ontzetting stelde het meisje vast dat haar vriend de vezels van de zakdoek nog tussen zijn tanden had.

Bron

I. Kenens, Leuven, 1957

Commentaar

1.6 Weerwolven
limburgs (noord-west)
290
Grootvader van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Hechtel    Hechtel