Hoofdtekst
D’heren, dat joeg vroeger te peerde door ’t land. Op ne keer waren d’r alzo ook heren. Ze schoten altijd maar naar een haze, en z’hadden hem nooit. Op een ende gaan ze naar huis en ze zeggen tegen mallekaar: "Wij zijn wieder zeker vernukt"? Ze kapten halve frankskens in stukskens. Dat was zilver he en zilver is gewijd. ’s Anderendaags schoten ze daarmee naar dienen haze: een vrouwmens uit d’omgevinge was de bille af. Dat was zijn, die ze vernukt had.
Onderwerp
SINSAG 0623 - Der geweihte Schuss   
Beschrijving
Enkele jagers schoten verschillende keren naar een haas, maar slaagden er nooit in het dier te raken. In de overtuiging dat ze betoverd waren, staken de jagers verbrijzelde zilveren muntstukken in hun geweren. Zilver was immers gewijd. Toen de jagers de volgende dag met dat zilver naar de haas schoten, was een vrouw uit de omgeving haar bil kwijt.
Bron
W. Van Houcke, Leuven, 1970
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (houtland)
452
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Eergegem   
