Hoofdtekst
Daar waren eens drie, vier koolputters die vroeger een dikke frank verdienden en rolden met het geld en een goeie pint dronken. En toen kwamen ze aan een kapelleke op de Dijken en ze zegden: 'Wij zullen Marie - dat was op het O.-L.-Vrouwke - hier eens buiten kloppen.' En toen ze drie, vier slagen op de deur geslagen hadden, vielen ze op hun knieën en ze waren onmachtig. En toen zei de ene tegen de andere: 'Ik kan niet meer op.' En daar hadden ze op hun knieën rond het kapelleke gekropen en hun laatste frank nog in het dooske gestoken en toen zei daar een stem: 'Gaat nu maar.' En toen konden ze pas weggaan.
Onderwerp
SINSAG 0183 - Schatzfeuer zeigt die Stelle, wo der Schatz ruht.
  
Beschrijving
Enkele dronken mijnwerkers wandelden voorbij het kapelletje op de Dijken, toen één van hen sprak: "Wij zullen Maria hier eens naar buiten slaan!" Nadat de mannen enkele keren op de deur van het kapelletje hadden gebeukt, vielen ze op hun knieën en konden niet meer rechtstaan. Pas toen de mannen op hun knieën rond de kapel hadden gekropen en hun laatste munstuk hadden geofferd, hoorden ze een stem: "Ga nu maar".
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
5. Sagen - Legenden
midden-limburgs
L17
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Diepenbeek   
