Hoofdtekst
Sies Geirnaert verteldige dat dikkels (dikwijls). Toe onzent, thuis warent barbiers, zo ze zaten dare en vertellen hé! Sies Geirnaert en zijne maat gingen te vrijen naar Ruddervoorde en onze (als ze) aan diene wijk komen… hoe heet den dienen nu, oje (als ge) weg zijt zallek ’t wel weten zulle… En Sies verteldige dat hij zei tegen zijne maat… De Kleuterare is dare. Da was nen hond mee twee gloeiende ogen en een reutelende (rammelende) keten. En zijne maat zei: "Wa gaan we doen, oei, oei, ‘k ben schauw (bang)… "Eh me gaan ’t St. Jansevangelie lezen hé. En onze (als ze) ’t begosten te lezen sprong dienen hond over de gracht en hij was verdwenen.
Beschrijving
Twee jongens gingen in Ruddervoorde hun vriendin opzoeken. Onderweg kwamen de jongens de Kleuterare tegen. Dat was een hond met gloeiende ogen en een ketting rond zijn nek. Zodra de jongens het Sint-Jansevangelie begonnen te lezen, sprong de hond over de gracht en verdween.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
121
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Kleuterare (plaaggeest)   
Sint-Jansevangelie   
Naam Locatie in Tekst
Sint-Joris-ten-Distel   
Plaats van Handelen
Ruddervoorde   
