Hoofdtekst
Beschrijving
Een man die lang in het Raspaillebos had zitten werken, zag in de verte een lichtje en geloofde dat het een stalkaars was. De man haalde zijn mes boven en maakte zich klaar om de stalkaars te slaan. Toen hij dichterbij kwam, zag hij echter dat het een jongeman was, die met een lantaarn in de hand terugkwam van een bezoek aan zijn vriendin.
Een stalkaars was een uitgeholde raap waarin men een kaars had gezet om de mensen bang te maken.
Een stalkaars was een uitgeholde raap waarin men een kaars had gezet om de mensen bang te maken.
Bron
A. Vanden Herrewegen, Leuven, 1975
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
oost-vlaams (grens brabant en henegouwen)
11A
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Onkerzele   
Plaats van Handelen
Raspaillebos (Galmaarden)   
