Hoofdtekst
Fr: En één van de móóiste verhalen... dat is Het Wonder van Amsterdam...
TM: Ja.
Fr.: ... en dat waren die man en die vrouw waar de man van ziek was en die moest braken, en dat toen de hostie, dat brood, dus, als het ware, [spreekt tot hier steeds met pauzes, vervolgt de zin nu in snel tempo:] toen die vrouw dat braaksel in het vuur had gegooid boven die vlammen bleef zweven. Dat ging iets meer voor je leven doordat mijn vader ieder jaar naar Amsterdam ging, en dat was altijd een hele gebeurtenis, want 's zaterdagsavonds gingen ze dan eerst bidden bij ons in de kerk in de Amsterdamstraat [Amsterdamse Straatweg?], dan gingen die mannen allemaal lopend naar Amsterdam toe, die liepen daar de hele nacht, 's morgens hadden die dan daar een heilige mis, tegenwoordig noemen ze dat eucharistieviering, dat is hetzelfde, en 's middags, in de namiddag, dan kwam-ie eindelijk eris thuis. Dan zei mijn moeder: Waar heb je gezeten? Maar ja, goed... [lacht]. Hij was bovendien was hij lid, want we hadden ook regelmatig processie in de kerk want buiten mocht dat niet, daar was een processieverbod in de noordelijke landen, en die hadden een prachtig vaandel hè, zo'n vaandel, daar stond het op uitgebeeld...
MvD: Nou, dat wou ik maar even... ik durfde niks te zeggen, maar waarom weet je dat verhaal? Daar heb je een afbeelding van gezien, en daarom...
Fr: ... en op een gegeven moment, toen zag ik dat... toen zag je dat vuur en zie je daar die witte hostie...
MvD: ...precies, en daarom blijft het je bij en je gaat informatie vragen...
Fr: ja, en vrouwen die mochten niet mee hè, 's nachts, dat was alleen voor de mannen. En wij mochten overdag, mochten we met school, en ik zat al in de hoogste klas, in de zesde of zevende klas mochten we dan een middag naar Amsterdam, en dan gingen we diezelfde weg lopen als dat die priester had gelopen met die hostie, naar die zieke man toe. En dan kom je daar in dat kerkje op het Begijnhof [...]. Kijk hè dan gaan die dingen wat meer voor je leven, maar dan ben je alweer wat groter want dan ben je al weer... twaalf, dertien jaar...
MvD: ja precies, en als je met zo'n klas gaat dan word je dat ook van te voren uitgelegd...
Fr.: ja, dan word je dat duidelijk ja, wat ga je daar doen enzo, en d'r wordt niet gepraat onderweg, d'r wordt gezwegen, ook als de mensen je aanspreken dan mag je doorlopen...
MvD: jullie gingen niet 's morgens? jullie gingen echt 's middags?
FR: Dat deden we in de middag. In de middag liepen we die...
MD: ...echt die route...
Fr: ...nou, het was in de loop van die week dan, hoor...
MD...want het had toch wel te maken met dag en nacht, want overdag is het hier te druk en te werelds om...
Fr: ja, het was dus meer in de rust die uren zo van de middag hè, en dan gingen we met de tram, want wij woonden vlakbij die halte, 35 cent heen en terug...
MD: Met de Haarlemmer tram?
Fr: Ja, met die blauwe....
MvD: Met de Kikker. [gelach]
(Verteld op 30 november 2000 in Dienstencentrum West)
TM: Ja.
Fr.: ... en dat waren die man en die vrouw waar de man van ziek was en die moest braken, en dat toen de hostie, dat brood, dus, als het ware, [spreekt tot hier steeds met pauzes, vervolgt de zin nu in snel tempo:] toen die vrouw dat braaksel in het vuur had gegooid boven die vlammen bleef zweven. Dat ging iets meer voor je leven doordat mijn vader ieder jaar naar Amsterdam ging, en dat was altijd een hele gebeurtenis, want 's zaterdagsavonds gingen ze dan eerst bidden bij ons in de kerk in de Amsterdamstraat [Amsterdamse Straatweg?], dan gingen die mannen allemaal lopend naar Amsterdam toe, die liepen daar de hele nacht, 's morgens hadden die dan daar een heilige mis, tegenwoordig noemen ze dat eucharistieviering, dat is hetzelfde, en 's middags, in de namiddag, dan kwam-ie eindelijk eris thuis. Dan zei mijn moeder: Waar heb je gezeten? Maar ja, goed... [lacht]. Hij was bovendien was hij lid, want we hadden ook regelmatig processie in de kerk want buiten mocht dat niet, daar was een processieverbod in de noordelijke landen, en die hadden een prachtig vaandel hè, zo'n vaandel, daar stond het op uitgebeeld...
MvD: Nou, dat wou ik maar even... ik durfde niks te zeggen, maar waarom weet je dat verhaal? Daar heb je een afbeelding van gezien, en daarom...
Fr: ... en op een gegeven moment, toen zag ik dat... toen zag je dat vuur en zie je daar die witte hostie...
MvD: ...precies, en daarom blijft het je bij en je gaat informatie vragen...
Fr: ja, en vrouwen die mochten niet mee hè, 's nachts, dat was alleen voor de mannen. En wij mochten overdag, mochten we met school, en ik zat al in de hoogste klas, in de zesde of zevende klas mochten we dan een middag naar Amsterdam, en dan gingen we diezelfde weg lopen als dat die priester had gelopen met die hostie, naar die zieke man toe. En dan kom je daar in dat kerkje op het Begijnhof [...]. Kijk hè dan gaan die dingen wat meer voor je leven, maar dan ben je alweer wat groter want dan ben je al weer... twaalf, dertien jaar...
MvD: ja precies, en als je met zo'n klas gaat dan word je dat ook van te voren uitgelegd...
Fr.: ja, dan word je dat duidelijk ja, wat ga je daar doen enzo, en d'r wordt niet gepraat onderweg, d'r wordt gezwegen, ook als de mensen je aanspreken dan mag je doorlopen...
MvD: jullie gingen niet 's morgens? jullie gingen echt 's middags?
FR: Dat deden we in de middag. In de middag liepen we die...
MD: ...echt die route...
Fr: ...nou, het was in de loop van die week dan, hoor...
MD...want het had toch wel te maken met dag en nacht, want overdag is het hier te druk en te werelds om...
Fr: ja, het was dus meer in de rust die uren zo van de middag hè, en dan gingen we met de tram, want wij woonden vlakbij die halte, 35 cent heen en terug...
MD: Met de Haarlemmer tram?
Fr: Ja, met die blauwe....
MvD: Met de Kikker. [gelach]
(Verteld op 30 november 2000 in Dienstencentrum West)
Onderwerp
SINLEG 0217 - Die Hostie bleibt im Feuer unverletzt.   
Beschrijving
Herinnert zich nog het verhaal van het hostiewonder van Amsterdam. Een zieke man had de sacramenten gekregen, maar braakte daarna de hostie uit. De hostie werd in het vuur gegooid, maar deze bleef er ongeschonden boven zweven. Om dit te gedenken werd in Amsterdam de Stille Ommegang gehouden. Daar ging alleen de vader van der vertelster naar toe, want 's nachts mochten alleen de mannen lopen. Vrouwen en kinderen konden de stille ommegang overdag lopen. Vertelster kent het verhaal van een afbeelding op een vaandel.
Bron
bandopname interview archief Meertens Instituut
Commentaar
30 november 2000
Die Hostie bleibt im Feuer unverletzt.
Naam Overig in Tekst
Hostiewonder   
Stille Ommegang   
Haarlemmer tram   
de Kikker   
Naam Locatie in Tekst
Amsterdam   
Amsterdamstraat   
Begijnhof   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
