Hoofdtekst
’t Was daar een dokteur die woonde juist buiten Ieper en je kwam de zaterdag naar Ieper en je zat in een hotel. De mensen kwamen naar Ieper naar hem. Je meesterde met kruiden. ’t Was daar een meisje van bij ’t onzent die door hem genezen was. Je gaf ook vele assepoeier en dauwblaân voor medicamenten. Dat meisje was op een teire (T.B.C.) en z’heeft door hem genezen geweest met dauwblaân. Ik weten zijn naam niet, ze zeien al "de wonderdokteur”.
Beschrijving
In de buurt van Ieper woonde een wonderdokter die met kruiden werkte. Die wonderdokter is erin geslaagd een meisje met tuberculose te genezen.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
12
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Brielen   
Plaats van Handelen
Ieper   
