Hoofdtekst
Beschrijving
Enkele mannen hadden vóór de kerk van Grimbergen een weddenschap gesloten. Eén van de mannen zou de volgende nacht op het kerkhof een schedel uit een put gaan halen, waarvoor hij beloond zou worden met enkele flessen bier. Een man had een wit laken over zich heen getrokken en was op het kerkhof in de put gekropen. Toen de man die de lugubere uitdaging had aangenomen, een schedel uit de put wilde halen, hoorde hij een stem die sprak: "Laat dat liggen. Dat is niet van jou maar van mij". Wanneer de man wat verderop een andere schedel wilde oprapen, hoorde hij opnieuw een stem: "Ik zeg je dat je dat moet laten liggen. Dat is niet van jou, dat is van mij". Toen de man voor de derde maal aanstalten maakte om een schedel te nemen, hoorde hij weer: "Laat dat liggen, dat is niet van jou", waarop de kloeke man antwoordde: "Zijn ze dan alledrie van jou?"
Bron
N. Coremans, Leuven, 1977
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
brabants (noord-west)
41A
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Grimbergen   
Plaats van Handelen
Grimbergen   

